Vorderingen van Republiek (voorheen het Republikeins genootschap) en De Republikein slagen niet
Collectieve actie procedure
De vorderingen van Republiek en De Republikein tegen de Staat en de Koning slagen niet. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verklaart De Republikein niet ontvankelijk omdat het een collectieve actie procedure (een zogenaamde WAMCA-procedure) is waarin een individuele partij niet voor zichzelf vorderingen kan instellen.
Deel van vorderingen voldoet niet aan de eisen
Republiek heeft voor belanghebbenden (waaronder De Republikein) de vorderingen ingesteld en om die reden kan de rechtbank de vorderingen van Republiek wel beoordelen. Er moet dan nog wel worden voldaan aan de eisen die de wet aan een collectieve actie procedure stelt. Een deel van de vorderingen voldoet daar niet aan. Ook die vorderingen worden daarom niet inhoudelijk behandeld.
Geen sprake van eerlijk proces?
De vorderingen die wel inhoudelijk konden worden behandeld zijn afgewezen. Volgens Republiek is er in alle civiele rechtszaken waarin de Koning partij is geen sprake van een eerlijk proces, maar dat is te kort door de bocht en is ook niet gebleken. Of er sprake is van een eerlijk proces hangt af van de concrete omstandigheden van het geval en dat moet per geval beoordeeld worden.
Dat de Koning als staatshoofd bepaalde bevoegdheden heeft, dat er bijzondere procedures gelden en dat er tradities rond de Koning zijn (zoals het portret van de Koning in zittingszalen) betekent niet dat het recht op een eerlijke behandeling van de zaak door een onafhankelijk en onpartijdig gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. wordt geschonden in elke zaak waarin de Koning partij is. Alleen als dat het geval zou zijn, is volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens sprake van een schending van artikel 6 EVRM die een structurele aanpassing van de huidige positie van de Koning noodzakelijk maakt.