Vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf voor verkrachting en aanranding
Verkrachting
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft het 17-jarige slachtoffer naar het park gelokt door zich op Snapchat voor te doen als haar ex-vriend. In het park heeft hij het slachtoffer gedwongen hem te oraal te bevredigen onder bedreiging van een vuurwapen. Ook heeft hij geprobeerd haar te penetreren. Het slachtoffer kon ontsnappen doordat zij is gaan gillen toen zij een voorbijganger met honden zag.
Aanranding
Een maand later volgde de verdachte met zijn busje het 22-jarige slachtoffer 's avonds laat vanaf haar werk in Den Haag naar haar woning in Katwijk. Toen zij daar parkeerde deed hij zich voor als politieagent die een snelheidsovertreding geconstateerd had. Hij droeg een riem met handboeien en pepperspray. Hij heeft haar vervolgens tegen de auto 'gefouilleerd' door haar bij onder andere borsten, billen en vagina beet te pakken.
Straf
Beide keren heeft de verdachte op geraffineerde wijze gehandeld volgens een vooropgezet plan. Hij heeft de slachtoffers eerst in een kwetsbare positie gebracht waarin hij bepaalde wat er gebeurde, eenmaal zelfs onder bedreiging van een vuurwapen.
Vervolgens heeft hij hun lichamelijke integriteit geschonden voor het bevredigen van zijn lustgevoelens. Het gaat hier om ernstige misdrijven, kort na elkaar gepleegd. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. rekent de verdachte zijn daden zwaar aan. Onderzoek wijst uit dat hij volledig toerekeningsvatbaar is.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van vijf jaar en zes maanden op. De feiten zijn te ernstig om aan hem ook een voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. op te leggen. Ook moet hij de beide slachtoffers schadevergoedingen betalen.