Amsterdam|

Rechtbank en universiteit gaan Europees strafrecht onderzoeken

De rechtbank Amsterdam en de Universiteit Maastricht gaan gezamenlijk onderzoek doen naar de doorwerking van het Europese strafrecht in de Nederlandse rechtsorde. Het recht van de Europese Unie wordt grotendeels uitgevoerd door de nationale rechters. Nationale rechters zien zich daarbij in toenemende mate geconfronteerd met problemen rond de doorwerking van Europese strafrechtelijke wetgeving in het nationale straf(proces)recht.

Internationale Rechtshulpkamer

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) is één van de weinige nationale rechterlijke instanties die zich uitsluitend bezig houden met de toepassing van het strafrecht van de Europese Unie, met name het Kaderbesluit over het Europese Aanhoudingsbevel (EAB) (2002/584/JBZ).

Op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) kunnen Europese lidstaten een verzoek doen tot overleveringHet overdragen van een persoon aan een ander land om daar voor de rechter te komen of een straf uit te zitten. van verdachten en veroordeelden. Verzoeken tot overlevering van  verdachten tussen lidstaten worden in Nederland uitsluitend beoordeeld door de Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam.
Er is geen beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. tegen deze uitspraken mogelijk.

Sinds de invoering van de EAB in 2004 heeft de IRK veel kennis en ervaring opgedaan met de doorwerking van het Europese strafrecht in de Nederlandse rechtsorde.
De IRK heeft recent ook een aantal prejudiciële vragen aan het Europees Hof van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. gesteld over de interpretatie van het Kaderbesluit.

Wisselwerking

Die kennis en ervaring wil de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. benutten door zelf wetenschappelijk onderzoek te doen naar de wisselwerking tussen Europese strafrechtelijke regelgeving en de nationale strafrechtspraktijk. De rechtbank verkent de mogelijkheden om dat onderzoek uit te voeren in samenwerking met Marc de Werd, hoogleraar Europese Rechtspleging, en André Klip, hoogleraar straf(proces)recht en grensoverschrijdende aspecten van het strafrecht. De samenwerkingspartners willen knelpunten signaleren en oplossingen aandragen. Dit moet bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het Europees strafrecht en rechtsvergelijkend onderzoek.