Het oordeel van de rechter
Straf - Taakstraf voor op hoofd slaan en handel in cocaïne
18 april - Een 20-jarige man is veroordeeld tot 130 uur taakstrafWerkstraf onder meer omdat hij op 2 april 2023 in Amsterdam een man met een ingeklapt zakmes op zijn hoofd sloeg. Kort daarvoor sloeg hij ook een vrouw en schopte tegen haar borst. Daarnaast verhandelde hij op 16 januari 2024 bolletjes cocaïne. Dat de 20-jarige man flink op het hoofd van de man sloeg bleek uit de camerabeelden en uit de letselverklaring. De wond was dicht bij zijn slaap en oogkas. Uit het psychologisch rapport blijkt dat er óf sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling óf van een schizofrene ontwikkeling of een combinatie van beide. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. neemt het advies over om hem zijn daden verminderd toe te rekenen. Verder ziet de rechtbank, evenals de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte., aanleiding het jeugdstrafrechtStrafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is. toe te passen. Naast de taakstraf moet hij 200 euro schadevergoeding aan de vrouw betalen.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2024:2206
Bestuur - Geen belang vergunninghoudster bij oordeel over parkeerbon
17 april - Een Amsterdamse vergunninghoudster heeft geen belang meer bij haar beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. tegen een naheffingsaanslag (parkeerbon), omdat de heffingsambtenaar die heeft ingetrokken op grond van coulancebeleid. Het beroep wordt daarom niet inhoudelijk behandeld, zo oordeelde de rechtbank. De vrouw had eerder vijf naheffingsaanslagen (parkeerbonnen) opgelegd gekregen voor haar invalidenvoertuig, waartegen zij niet in beroep was gegaan. De vrouw is op leeftijd en heeft moeite met digitale systemen. Daarom gaat het vaak fout met het verlengen van de vergunning. Op de zitting is besproken dat de vrouw en de gemeente met elkaar in overleg gaan over de wijze van betaling, zodat parkeerbonnen in de toekomst kunnen worden voorkomen.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2024:2208
Civiel - Incorrecte vorderingen komen tandartsenpraktijk duur te staan
17 april - Een tandartsenpraktijk moet een factoringsbedrijf bijna 7 ton euro terugbetalen, omdat vorderingen niet correct waren. Dat oordeelde de rechtbank. Op basis van een overeenkomst kocht het factoringsbedrijf vorderingen van de tandartsenpraktijk, zodat de tandartscliënten vanaf dat moment aan het factoringsbedrijf dienden te betalen. De vorderingen werden echter om diverse redenen niet betaald. Zo werd in twijfel getrokken of vorderingen klopten, waren adressen onjuist en waren er vorderingen op tandartscliënten die al waren overleden toen de behandeling zou hebben plaatsgevonden. Het factoringsbedrijf heeft die vorderingen daarom terug overgedragen (geretrocedeerd) aan de tandartsenpraktijk en wilde dat de koopprijs werd terugbetaald. De rechtbank oordeelde dat er vorderingen terecht zijn geretrocedeerd waardoor de tandartsenpraktijk moet terugbetalen. De tegenvorderingen van de tandartsenpraktijk werden afgewezen.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2024:2211