Het oordeel van de rechter
Straf - Inbraken in horecagelegenheden bestraft
10 juni - Een 24-jarige man is veroordeeld tot 29 maanden gevangenisstraf omdat hij tien inbraken pleegde in 2024 en 2025 onder meer in Amsterdam en vier pogingen tot inbraken in voornamelijk horecagelegenheden. Op twee inbraken na pleegde hij die steeds samen met een of meer anderen. De buit bestond uit geld dat uit de kassa werd meegenomen. In andere gevallen werd de gevulde kassalade of geldkistje meegenomen. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat hem eerder een verplicht reclasseringscontact is opgelegd in het kader van een voorwaardelijke veroordeling. Dit contact verliep zeer moeizaam. Hij is meermaals gewaarschuwd om zijn gedrag te veranderen maar deed dit niet. Op basis hiervan ziet de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. onvoldoende aanknopingspunten om opnieuw een reclasseringstraject te adviseren. Daarin gaat de rechtbank mee. Die heeft er namelijk geen vertrouwen in dat hij zich nu wel aan bijzondere voorwaarden in het kader van deels voorwaardelijk straf zou houden.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2025:3873
Bestuur - UWV na weigering WIA-uitkering opnieuw aan zet
11 juni - De conclusie van een verzekeringsarts van het UWV dat de door de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. benoemde deskundige te veel is uitgegaan van de door een werkneemster ervaren beperkingen, is te kort door de bocht. Dit heeft de rechtbank bepaald in een zaak over een geweigerde WIA-uitkering. De deskundige heeft geconcludeerd dat de werkneemster op grond van haar beperkingen niet in staat is de door de arbeidsdeskundige van het UWV voor haar geselecteerde functies uit te voeren. De rechtbank heeft dit oordeel gevolgd en heeft daarbij in het kader van de vraag naar de objectiveerbaarheid van de door werkneemster ervaren klachten en beperkingen, verwezen naar overwegingen uit een uitspraak van de Centrale Raad ven Beroep van 28 november 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:2459) in een post-covid zaak. Omdat de UWV-beslissing om de werkneemster een WIA-uitkering te weigeren verzekeringsgeneeskundig onvoldoende gemotiveerd is, zal het UWV zich opnieuw over haar WIA-aanvraag moeten buigen.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2025:3977Kanton - Huurder mag blijven ondanks verbouwen zonder instemming
23 mei - Een huurder in Amsterdam-West die zijn appartement verbouwde zonder toestemming van de verhuurder mag in het appartement blijven en hoeft de geëiste schadevergoeding van ruim 30.000 euro niet te betalen. Daarbij weegt mee dat het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. in 2021 onherroepelijkNiet te herroepen, niet te veranderen. Een uitspraak is onherroepelijk als de rechtzoekende geen beroep of cassatie meer kan instellen, bijvoorbeeld omdat de termijn waarbinnen men beroep moet instellen verlopen is. De zaak is dan helemaal afgedaan. besliste over de eis om de schade voor herstel en de vloerbalken te betalen. De huurder moest toen onder meer ruim 12.600 euro betalen. De verhuurder had in de huidige zaak dan moeten specificeren welke nieuwe feiten zich vervolgens hebben voorgedaan waardoor de verhuurder opnieuw een schadevergoeding tegen de huurder kon instellen maar liet dan na. Ook over de ontbinding van de huurovereenkomst oordeelde het gerechtshof al onherroepelijk. De huurder werkte erna voldoende mee door direct te betalen en door voldoende mee te werken aan het herstel van de woning.
Lees de volledig uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2025:3436Civiel - Finale kwijting = finale kwijting
7 mei - Een aannemer heeft in 2019 een verbouwing gedaan voor een bevriende klant. In 2023 heeft de klant in een procedure bij deze rechtbank ruim 87.000 euro aan schadevergoeding gevorderd, omdat de werkzaamheden niet goed zouden zijn uitgevoerd. In die procedure hebben de aannemer en de klant ten overstaan van de rechter een vaststellingsovereenkomst gesloten, ter beëindiging van het geschil. Afgesproken werd dat de aannemer 24.000 euro zou betalen en dat de aannemer en de klant elkaar dan finale kwijting verlenen. Dit is vastgelegd in het proces-verbaal1. Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige. en de aannemer heeft betaald. In november 2024 is de klant opnieuw een procedure gestart tegen de aannemer voor (volgens hem) andere klachten over dezelfde verbouwing. Deze vordering is afgewezen. In de vaststellingsovereenkomst is immers bepaald dat finale kwijting wordt verleend voor alle mogelijke geschillen die betrekking hebben op deze verbouwing, dus dat staat deze nieuwe vordering in de weg.
Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2025:3951