Wetvoorstel over verkoop en dragen van gebruiksmessen roept veel vragen op
Raad voor de rechtspraak kritisch over nieuw wetsvoorstel dat bezit en gebruik van messen in de openbare ruimte moet terugdringen
De Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. stelt dat duidelijker moet worden gemaakt waarom aanpassing van de wet noodzakelijk is om het bezit en gebruik van steekwapens in de openbare ruimte aan banden te leggen. Dat staat in een vandaag gepubliceerd wetgevingsadvies (pdf, 324 KB) over de voorgestelde aanpassing van de Wet wapens en munitie. De Raad vraagt zich af hoe de nog op te stellen ‘lijst van verboden voorwerpen’ zich onderscheidt van dat wat al onder de huidige wet verboden is. Hoewel de Raad het maatschappelijk belang ziet iets te doen aan het toenemende aantal steekincidenten, is het wetsvoorstel op cruciale punten onvoldoende uitgewerkt.

Het wetsvoorstel moet hetbezit en gebruik van messen in de openbare ruimte terugdringen. Voorgesteldwordt om het dragen van bepaalde gebruiksmessen (bijvoorbeeld koksmessen ofhobbymessen) waarmee ernstig lichamelijk letsel kan worden toegebracht in deopenbare ruimte te verbieden. Ook zou er een verbod moeten komen op verkoop hiervanaan minderjarigen. Het wetsvoorstel is op een aantal belangrijke punten nog onduidelijk,stelt de Raad. Daarom wordt de minister gevraagd het wetsvoorstel teverduidelijken en aan te passen.
Wet wapens en munitie
Het is onvoldoendeduidelijk wat de toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel is ten opzichte van dehuidige Wet wapens en munitie. Die verbiedt nu ook al het in de openbare ruimtedragen van voorwerpen waarmee letsel kan worden toegebracht en waarvan kanworden aangenomen dat iemand dit voorwerp alleen bij zich heeft om een ander tebedreigen of letsel toe te brengen. Daarom moet duidelijker worden gemaaktwaarom aanpassing van de wet noodzakelijk is. Ook is nog onbekend welkevoorwerpen precies onder het nieuwe verbod gaan vallen. Dit zal wordenbeschreven in de Regeling wapens en munitie, maar de tekst hiervan is nog nietvastgesteld. Het is daardoor ook niet duidelijk hoe de lijst verbodenvoorwerpen anders is dan het verbod dat al in de huidige wet staat.
Omgekeerde bewijslast
Daarnaast lijkt in het wetsvoorstelsprake van een omgekeerde bewijslastDe verplichting tot het leveren van bewijs in een proces.. Als iemand een voorwerp bij zich heeftdat onder het nieuwe verbod valt, moet diegene zelf aannemelijk maken dat dat loutermet vreedzame bedoelingen is. Maar het is onduidelijk in hoeverre dieverklaring moet worden onderbouwd. Als iemand bijvoorbeeld een snoeischaar opzak heeft voor groenwerkzaamheden, moet dan een arbeidsovereenkomst overlegdworden waaruit dit blijkt, of voldoet een mondelinge verklaring? Ook staat inhet voorstel dat de voorwerpen niet in de publieke ruimte gedragen mogenworden, tenzij ze verpakt zijn. Maar wat deze verpakking inhoudt, staat niet inhet voorstel. Mogen aardappelschilmesjes bijvoorbeeld nog los worden verkochtof moeten die worden voorzien van een (gesealde) verpakking? En als je gaatkamperen, moet je dan alle messen in afsluitbare verpakkingen opbergen, of magje deze ook in een doek wikkelen?
Ten slotte vraagt de Raad zich af of de voorgestelde wijziging van de wet ten aanzien van het verkoopverbod aan minderjarigen soms niet te beperkend is. Denk dan aan een student van 17 jaar die op kamers gaat wonen en daarvoor een messenset wil kopen. Dat is onder de nieuwe wet niet meer mogelijk.
Lees hier (pdf, 324 KB) het volledige wetgevingsadvies over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet wapens en munitie.