Den Haag|

Wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procedures aangenomen

Het wetsvoorstel dat digitaal procederen in eerste aanleg mogelijk maakt, is vanmiddag door de Tweede Kamer met algemene stemmen aangenomen. Ook de motie van CDA-Kamerlid Oskam die zegt dat digitaal procederen al van start kan gaan een half jaar nadat 3 van de 4 benodigde wetsvoorstellen door het parlement zijn, kon op instemming van de Kamer rekenen.

De grote politieke steun voor het wetsvoorstel tekende zich vorige week al af tijdens het debat van de KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. met minister van Veiligheid en JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. Van der Steur. De Kamerleden waren het er unaniem over eens dat digitalisering van rechtspraak broodnodig is en dat er een goed wetsvoorstel ligt.

Planning

Duidelijk is inmiddels dat het spannend wordt of de oorspronkelijke planning voor het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI) wordt gehaald. Die planning gaat ervan uit dat op 1 juli 2015 de benodigde wetgeving (2 wetten en 2 invoeringswetten) door het parlement (Eerste en Tweede Kamer) is. De Kamerleden zeiden vorige week tijdens het debat al dat zij er rekening mee houden dat deze datum niet wordt gehaald. Minister Van der Steur trok deze conclusie niet, maar hij zei wel dat het zaak is dat de wetgeving zo snel mogelijk door het parlement wordt aangenomen.

Eerste van 4

Het wetsvoorstel dat nu is aangenomen, is het eerste van de 4. Het tweede wetsvoorstel (over digitalisering van procedures in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter.), ligt inmiddels bij de Tweede Kamer. Het staat echter nog niet op de behandelagenda. De invoeringswetten zijn nog niet ingediend. De - aangenomen - motie van CDA-Kamerlid Oskam geeft de Rechtspraak toerstemming om ‘alle nodige voorbereidingen’ te treffen als 3 van de 4 wetten zijn aangenomen. Met de ketenpartners, zoals de advocatuur en het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten., is eerder afgesproken dat er een gewenningsperiode van een half jaar in acht wordt genomen. Volgens de oorspronkelijke planning zouden de nieuwe werkwijzen dan per 1 januari 2016 van start kunnen gaan.

Alternatieve scenario’s

Voor het geval het het ministerie van Veiligheid en Justitie inderdaad onverhoopt niet lukt de wetgeving voor 1 juli door de beide Kamers te krijgen, werkt de Rechtspraak inmiddels aan de uitwerking van 2 alternatieve scenario’s: invoering van de nieuwe werkwijzen per 1 april 2016 of per 1 juli 2016 in plaats van 1 januari 2016.