Wetsvoorstel uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel moet beter uitgewerkt worden
Raad voor de rechtspraak voorziet discussies in de rechtszaal door onduidelijke begrippen
Het huidige wetsvoorstel dat betere bescherming moet bieden tegen mensenhandel moet op een aantal belangrijke punten verder worden uitgewerkt voor de wet kan worden ingevoerd. Zo stelt de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. in een vandaag verschenen wetgevingsadvies. Hoewel de Raad in beginsel positief is over het voorstel, moet een aantal onduidelijkheden nog wel verder worden opgehelderd in de toelichting op het wetsvoorstel. Dit om discussies in de rechtszaal én mogelijke rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid voor de burger te voorkomen.

Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel tegen mensenhandel is het verdergaand strafbaar stellen van ernstige misstanden op de werkvloer. Hiervoor wordt een nieuw misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. in de wet opgenomen, namelijk ‘ernstige benadeling’. Dit moet ervoor zorgen dat voortaan strafrechtelijk kan worden opgetreden tegen zeer slechte arbeidsomstandigheden van mensen in een kwetsbare positie. Denk daarbij aan arbeidsmigranten die onder erbarmelijke omstandigheden moeten wonen en werken. In het wetsvoorstel wordt echter nog onvoldoende duidelijk gemaakt wat moet worden verstaan onder deze term ‘ernstige benadeling’ en wat er nu precies onder dit nieuwe misdrijf valt dat nu nog niet door de bestaande wetgeving over mensenhandel wordt gedekt.
Discussie in de rechtszaal
Hoewel in het voorstel een aantal voorbeelden wordt genoemd van situaties waarin sprake kan zijn van ‘ernstige benadeling’, voorziet de Raad dat deze strafbaarstelling in de praktijk tot veel discussie zal leiden en wordt in de huidige vorm te veel overgelaten aan de rechter. Het gaat daardoor enige tijd kosten totdat hierover jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. is gevormd, wat betekent dat in de tussentijd veel onduidelijkheid blijft bestaan over wat er nu wel of niet mag. De Raad voor de rechtspraak ziet dit als een zeer onwenselijke situatie. Beter is als de wetgever ervoor zorgt dat hier al bij invoering van deze wet duidelijkheid over is.
Onduidelijkheid handhaving
Verder maakt het voorstel op dit moment onder andere nog niet duidelijk genoeg in welke gevallen er bestuursrechtelijk moet worden gehandhaafd of opgetreden (dus bijvoorbeeld met het intrekken van een vergunning of het opleggen van een bestuurlijke boete), of dat er een strafrechtelijk traject moet worden gevolgd waarbij een verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. voor de strafrechter moet verschijnen. Beter is om eerst in beleid vast te leggen wanneer voor welk instrument wordt gekozen, voordat de nieuwe wet wordt ingevoerd, om rechtsongelijkheid te voorkomen.
- Lees hier het volledige wetgevingsadvies van de Raad voor de rechtspraak