Roep om meer samenhang bij nieuw Wetboek van Strafvordering
Minister wil geen regeringscommissaris

Dit bleek vanmorgen tijdens het Algemeen Overleg van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. over het nieuwe Wetboek van Strafvordering. In dit wetboek staan alle regels en verantwoordelijkheden omschreven die gelden tijdens het strafproces. Omschreven wordt waar politie, Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten., rechters en advocaten zich aan moeten houden, vanaf de opsporing tot en met de uitvoering van de straf. Dat zijn cruciale elementen in een rechtsstaat, omdat ze de rechtsbescherming van individuen waarborgen.
Zorgen
Tijdens het overleg vanmorgen bleken er in de Tweede KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. breed gedeelde zorgen te zijn over het proces. Het algemene gevoel bij Kamerleden is dat het te snel gaat en dat er onvoldoende oog is voor de samenhang van de verschillende elementen die een rol spelen in het strafproces. Zo is er in het nieuwe wetboek sprake van dat er in het strafproces meer achter de schermen tijdens het vooronderzoek gebeurt. Vragen zijn er over hoe zich dit verhoudt tot het uitgangspunt van openbaarheid van rechtspraak en tot Europese jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen.. Deze zelfde bezwaren werden eerder al gehoord tijdens een rondetafelgesprek door wetenschappers en vertegenwoordigers van onder meer politie, Rechtspraak en Openbaar Ministerie (zie ook: Zorgen om tijdspad bij nieuw Wetboek van Strafvordering).
Regeringscommissaris
PvdA-Kamerlid Recourt opperde de instelling van een regeringscommissaris voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Zo’n functionaris wordt soms door de regering met een bepaalde opdracht belast. Hij/zij is een vertegenwoordiger van de regering en mag in het parlement het woord voeren namens de minister. Zo’n commissaris wordt in de regel ingezet voor technische, complexe wetgevingsoperaties. Minister Van der Steur nam deze suggestie niet over, net als hij geen oor had voor een ‘pas op de plaats’, waar onder meer Van Nispen (SP), Van Toorenburg (CDA) en Swinkels (D66) om vroegen. Van der Steur ziet de noodzaak niet om opnieuw naar de fundamenten van het nieuwe wetboek te kijken, omdat die volgens hem al staan in het Eindrapport onderzoeksproject strafvordering 2001 , gepubliceerd in 2004. De minister gaf ook aan dat met een regeringscommissaris te veel tijd verloren zou gaan.
Planning
Van der Steur schreef gisteren in de aanloop naar het overleg vandaag, dat de huidige tijdsplanning (nieuw wetboek in 2018 klaar), niet in marmer is gehouwen: ‘Ik zal het ambitieuze tijdpad aanpassen, als dat gegeven de benodigde kwaliteit noodzakelijk is, maar tot die conclusie kan ik nu nog niet komen. Ik zal uw Kamer voor de zomer berichten over een aangepaste planning.’ In de brief zegt de minister ook een ruime implementatietijd van 5 jaar toe, als het nieuwe wetboek er is. Vanmorgen zei de minister een nieuwe brief toe met daarin suggesties hoe de Kamerleden beter aangesloten kunnen worden op de majeure operatie.
1926
Er is consensus over het feit dát er een nieuw Wetboek van Strafvordering moet komen. Het huidige wetboek bestaat sinds 1926. Sindsdien is het vaak gewijzigd, onder meer door reparatiewetgeving en toevoegingBeslissing van de Raad voor Rechtsbijstand waarmee aan een rechtzoekende voor een bepaalde procedure een raadsman wordt toegewezen. van nieuwe artikelen. Hierdoor is er een lappendeken ontstaan; dit gaat ten koste van de samenhang tussen de verschillende regels en het is moeilijk de weg te vinden naar de juiste artikelen. Ook stamt het Wetboek voor Strafvordering uit een tijd dat er van bijvoorbeeld digitalisering en een opsporingsmiddel zoals DNA nog geen sprake was.