Den Haag|

7 vragen over uitspraken over het alcoholslot

Deze week waren er 2 uitspraken over het alcoholslotprogramma (ASP): één door de Hoge Raad, de hoogste rechter op het gebied van onder meer het strafrecht, en 1 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter. Tekst en uitleg bij deze 2 uitspraken.

Wat is de voorgeschiedenis?

Toga en bef aan kapstok

Het ASP is een bestuurlijke maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. waarmee werd beoogd de verkeersveiligheid te vergroten en het aantal verkeersslachtoffers als gevolg van alcoholgebruik in het verkeer terug te dringen. In december 2011 wordt ingevoerd dat automobilisten die bij een alcoholcontrole 1,3 promille (570 mg) of meer alcohol  in het bloed hebben, standaard als preventieve maatregel het alcoholslotprogramma (ASP) krijgen opgelegd. Het CBR voert deze maatregel uit in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De kosten voor het inbouwen van een alcoholslot in de auto zijn voor eigen rekening (circa 4.500 euro). Daarnaast moet een verplicht begeleidingsprogramma worden gevolgd. De maatregel duurt 2 jaar. De rechter komt er bij het opleggen van een ASP in eerste instantie niet aan te pas. Tegen de maatregel is wel bezwaar en beroep mogelijk. Een ASP staat los van de sanctie die eventueel via het strafrecht kan worden opgelegd.  

Bestuurlijke maatregel, strafrecht. Wat is het verschil?

Bepaalde overtredingen kan de overheid zelf bestuurlijk afdoen, dat wil zeggen buiten de rechter om. Kenmerkend hierbij is dat er geen belangenafweging plaatsvindt: een bekeuring voor zonder licht fietsen bijvoorbeeld, is voor iedereen hetzelfde. Pas als burgers tegen een bestuurlijke maatregel in beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. gaan, komt de (bestuurs)rechter in beeld.
Strafrecht gaat over de vraag of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en daarvoor gestraft moet worden. De strafrechter beslist dit nadat het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. besloten heeft iemand te vervolgen.

Begrijp ik het nou goed dat als iemand te veel heeft gedronken, hij dus twee straffen kan krijgen: een ASP en een straf van de strafrechter?

Dat was inderdaad zo, tot dinsdag. Het was precies die vraag waar de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. uitspraak over deed. Wettelijk is bepaald dat iemand voor hetzelfde feit niet 2 keer mag worden bestraft. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat een ASP, hoewel formeel geen straf maar een bestuurlijke maatregel, erg lijkt op de situatie dat een rechter de betrokkene bestraft en er dus inderdaad sprake is van een dubbele bestraffing. Daarom kan iemand die al moet deelnemen aan het alcoholslotprogramma, niet ook nog strafrechtelijk worden vervolgd. Tot dat oordeel was het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. in Den Haag eerder ook gekomen.

En waar oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over?

Die oordeelde over een klacht tegen het CBR van een automonteur. Doordat hij een alcoholslot kreeg opgelegd, kon hij zijn beroep niet meer uitoefenen – hij kon immers geen testritjes meer maken met de auto’s die hij repareerde omdat daar geen alcoholslot in zat. Daarmee werd hij te ingrijpend gestraft, vond de monteur. De Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen. heeft nu gezegd dat het verplicht opleggen van een alcoholslotprogramma in de praktijk leidt tot ongelijkheid en willekeur, omdat het voor de 1 veel ernstiger gevolgen heeft dan voor de ander. Het CBR mag het ASP dus niet meer opleggen.

Was er niet eerder ook al discussie over het ASP voor mensen die hun rijbewijs nodig hebben voor hun werk?

Klopt. De Afdeling bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State deed hier in oktober 2013 uitspraak over. Toen stelden vrachtwagenchauffeurs dat zij - uit de  wegenverkeerswetgeving volgt dat een alcoholslot alleen wordt ingebouwd in personenauto's (categorie B) en niet in vrachtwagens (categorie C) – onevenredig zwaar worden gestraft. De Raad van State oordeelde toen dat het CBR het ASP mag opleggen aan vrachtwagenchauffeurs, omdat ‘van beroepschauffeurs een bijzonder verantwoordelijkheidsgevoel mag worden verwacht en dat algemeen bekend mag worden verondersteld dat verkeersdelicten, ook indien deze buiten werktijd worden begaan, consequenties voor de rijbevoegdheid en daarmee voor de uitoefening van het werk als beroepschauffeur kunnen hebben.’

Hoe verhoudt die uitspraak zich tot de uitspraak van nu?

De Raad van State is zich ervan bewust dat de uitspraak van oktober 2013 een andere is dan die van woensdag, staat in het persbericht dat hij uitgaf. Maar er is sprake van voortschrijdend inzicht: ‘Uit het toenemend aantal zaken dat in de loop der tijd aan de Afdeling bestuursrechtspraak is voorgelegd, blijkt dat het niet slechts gaat om incidentele gevallen, maar dat de onevenredigheid van het alcoholslotprogramma een structureel karakter heeft.’

Hoe gaat het nu verder?

Dat is nog niet duidelijk. De Hoge Raad heeft gezegd dat er naast een ASP niet ook nog strafrechtelijk mag worden vervolgd. En de Raad van State heeft gezegd dat het CBR het ASP niet meer mag opleggen. Tegen beide uitspraken is geen beroep mogelijk. Het is nu in eerste instantie aan het kabinet om te bepalen welke consequenties men aan deze nieuwe werkelijkheid wil verbinden.