Inhoud
Waar gaat de zaak over?
5 maatschappelijke organisaties vinden dat vrouwen indirect worden gediscrimineerd omdat de kosten van hormonale anticonceptie vooral voor rekening van de vrouw komen. Zij menen dat de overheid verplicht is een einde te maken aan deze indirecte discriminatie. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Den Haag was het daar niet mee eens. Wat vindt het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven.?

Standpunt partijen
5 maatschappelijke organisaties
Anticonceptie wordt niet vanuit het basispakket vergoed, met uitzondering voor vrouwen tot 21 jaar, die het wel vergoed krijgen. Bureau Clara Wichmann, Stichting DeGoedeZaak, de Nederlandse Vrouwen Raad, Stichting WOMEN Inc. en Humanistisch Verbond vinden dat alle vrouwen hormonale anticonceptie vergoed zouden moeten krijgen. Dat vond de Tweede KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. begin 2021 in meerderheid ook, maar het kabinet meldde in juni 2021 geen gehoor te geven aan de motie omdat dat niet paste bij de inmiddels demissionaire status van het kabinet. En dus draaien vrouwen volgens de maatschappelijke organisaties nog steeds in overwegende mate op voor de kosten en de lasten van anticonceptie, terwijl de gehele samenleving daarvan profijt heeft. Daarmee worden vrouwen indirect gediscrimineerd. Dit betoog is in grote mate gebaseerd op cijfers die zijn opgenomen in het rapport We doen het samen van het expertisecentrum Rutgers. Door de hormonale anticonceptie voor vrouwen boven de 21 buiten het basispakket te houden, handelt de Staat in strijd met het discriminatieverbod dat in verschillende nationale en internationale regelingen (artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bijvoorbeeld) is neergelegd.
De Staat
Een eventueel indirect onderscheid op grond van geslacht wordt niet door de Staat veroorzaakt. Hij bepaalt immers niet de markt voor alle anticonceptiemiddelen. Evenmin bepaalt de Staat de prijs van anticonceptiemiddelen. De beschikbaarheid en de prijs worden in principe door de markt bepaald. Voor zover een eventueel indirect onderscheid het gevolg is van de weigering van mannen om mee te betalen aan anticonceptie, is dat een factor die niet door de Staat wordt veroorzaakt, maar gaat het om een machtsongelijkheid in de relatie tussen man en vrouw. Er is met andere woorden geen actieve bemoeienis van de Staat die leidt tot het gestelde indirecte onderscheid tussen mannen en vrouwen. De Staat weerspreekt trouwens dat uit het rapport We doen het samen blijkt dat de kosten van anticonceptie vooral door vrouwen worden gedragen. Voor een zuivere vergelijking moeten álle anticonceptiemiddelen, dus ook (mannen)condooms, in de vergelijking worden betrokken. Overigens is voor vrouwen in kwetsbare situaties via het programma Nu Niet Zwanger wel degelijk kosteloze anticonceptie beschikbaar.
Het gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof wijst de vordering van de maatschappelijke organisaties tegen de Staat voor gratis anticonceptie af. Het hof kan alleen op basis van wat partijen in deze zaak hebben aangevoerd in juridische zin niet vaststellen dat er door het niet vergoeden van anticonceptie sprake is van indirecte discriminatie van vrouwen. In het rapport We doen het samen is geen onderscheid gemaakt tussen de anticonceptiemiddelen die uitsluitend door vrouwen kunnen worden gebruikt en de overige anticonceptiemiddelen. Het is niet zuiver om bij de beoordeling van de vraag of sprake is van indirecte discriminatie uitsluitend anticonceptiemiddelen te betrekken die geschikt zijn voor vrouwen. Daarbij overweegt het hof dat de Staat een eventueel indirect onderscheid niet zelf heeft veroorzaakt. De jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens legt dan geen verplichting op aan de Staat om een dergelijk onderscheid op te heffen. De rechtbank Den Haag oordeelde eerder al dat uit de mensenrechtenverdragen geen recht voortvloeit op kosteloze anticonceptie en dat de vordering dus niet kon worden toegewezen.
De maatschappelijke organisaties zijn in cassatie gegaan.