's-Hertogenbosch|

Fors hogere straf voor brandstichting Terneuzen

Een 46-jarige man uit Zeeland is in hoger beroep veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. Volgens het hof is hij schuldig aan 2 brandstichtingen, 1 poging daartoe en een vernieling met behulp van vuur. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde eerder dat slechts 1 brandstichting bewezen kon worden. Daarvoor werd de man toen 8 maanden gevangenisstraf opgelegd.

Binnen een uur

De feiten vonden allemaal plaats binnen het tijdsbestek van een uur in de nacht van 22 op 23 september 2018. De man heeft toen een parasol in brand gestoken en een stoel met kussens die tegen de voordeur van een huis stond. Ook heeft de Zeeuw  met vuur een kliko beschadigd en ten slotte heeft hij geprobeerd om een auto in brand te steken die vlak bij een gevel van een woonhuis stond. Dit gebeurde allemaal binnen een straal van 190 meter van zijn woning in Terneuzen. Volgens het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. zou de man ook nog een voordeur in brand hebben gestoken. Het hof oordeelde echter dat hier onvoldoende bewijs voor was.

Eerder veroordeeld

Dit is niet de eerste keer dat de man is veroordeeld voor brandstichting en vernieling. Zo werd hij veroordeeld tot 2,5 jaar gevangenisstraf voor 7 brandstichtingen en 2 vernielingen in Oosterland in 2013. Voor 3 brandstichtingen in Vlissingen in 2014, zijn toenmalige woonplaats, kreeg hij daar bovenop nog een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Strafbepaling

Brandstichting is bijzonder destructief en gevaarlijk. Een brand kan snel een grote vorm aannemen en een onbeheersbaar karakter krijgen. De man is een recidivist die geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen. Hij heeft bij een van de brandstichtingen ook daadwerkelijk mensenlevens in gevaar gebracht. De brand van de stoel met kussens had immers makkelijk kunnen overslaan naar het huis waar de stoel tegenaan stond en waarin mensen lagen te slapen. Daarnaast roept brandstichting gevoelens van angst en onveiligheid op bij de omwonenden, leidt tot maatschappelijke onrust en kan aanzienlijke schade veroorzaken. Het hof rekent dit alles de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zwaar aan en komt tot een gevangenisstraf van 5 jaar.