Den Haag|

Wethouders vrijgesproken van omkoping en veroordeeld voor schending geheimhoudingsplicht

Twee Haagse wethouders en vijf ondernemers zijn in hoger beroep vrijgesproken van omkoping. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag beslist. Het Haagse hof heeft geoordeeld dat de wethouders hun geheimhoudingsplicht hebben geschonden. Eén wethouder is vrijgesproken van het tewerkstellen van een illegale vreemdeling.

Het Haagse hof oordeelt dat ook donaties aan een politieke partij giften kunnen zijn in de zin van de omkopingsbepalingen. Bij beide wethouders kan niet worden bewezen dat zij wisten of redelijkerwijs konden vermoeden dat er een verband is tussen de giften en een door de gevers beoogde tegenprestatie van de wethouders. Voor de ondernemers geldt dat niet kan worden bewezen dat zij de giften deden met het doel om de wethouders om te kopen. Het hof spreekt hen daarom vrij van omkoping.

De wethouders hebben hun geheimhoudingsverplichting geschonden door vertrouwelijke informatie te delen met enkele ondernemers. Ook heeft één van de twee wethouders een ondernemer ingeseind over het verkrijgen van een vergunning en informatie naar de pers gelekt. Deze wethouder krijgt een voorwaardelijke geldboete opgelegd. De andere wethouder krijgt gelet op alle omstandigheden geen straf of maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer..

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam had vorig jaar alle verdachten vrijgesproken. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft hoger beroep ingesteld. Het Openbaar Ministerie had zich neergelegd bij de vrijspraak van de rechtbank voor de criminele organisatie en meineed, zodat dit niet meer aan de orde was in hoger beroep.

Het hof verwerpt het verweerDe verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk is, omdat het om een politiek proces zou gaan en gehandeld zou zijn in strijd met de goede procesorde en het gelijkheidsbeginsel.