Den Haag|

Vestia en het Centraal Fonds Volkshuisvesting verliezen strafklacht tegen ABN Amro

Het gerechtshof Den Haag heeft de woningcorporatie Vestia uit Rotterdam en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV), een toezichthouder op de woningcorporaties, niet ontvankelijk verklaard in hun klacht. Deze klacht was gericht tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om ABN Amro niet strafrechtelijk te vervolgen voor de feiten waarvan Vestia aangifte heeft gedaan.Die aangifte was gericht tegen de inmiddels niet meer bestaande Fortisbank Nederland.

Volgens Vestia en het CFV heeft Fortis zich schuldig gemaakt aan omkopingspraktijken door via een tussenpersoon, een financieel intermediair, geld te betalen aan een medewerker van Vestia. Dit zou gedaan zijn om hem te bewegen foute beleggingsproducten van Fortis af te nemen.

Volgens Vestia en CFV is ABN Amro als rechtsopvolger van Fortis strafrechtelijk aansprakelijk voor deze omkoping. Klagers willen de door hen geleden schade, waaronder het steungeld waarmee het CFV Vestia overeind heeft gehouden, op ABN Amro verhalen. Met de beslissing van het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Den Haag is CFV als klager niet ontvankelijk verklaard omdat deze organisatie niet rechtstreeks is geraakt door de verweten gedragingen, voor zover die al bewezen zouden kunnen worden verklaard, en omdat het steungeld afkomstig was van andere corporaties die zich niet als klagers hadden aangemeld. Ook acht het hof geen verband bewezen tussen de reddingsoperatie van Vestia en de daarvoor benodigde kosten enerzijds en de financiƫle gevolgen voor Vestia door de aankoop c.q. door de verkoop van beleggingsproducten van Fortis door een financieel onafhankelijk intermediair bedrijf. Ook Vestia is niet ontvankelijk verklaard. Volgens het gerechtshof Den Haag kan beklaagde ABN Amro namelijk niet worden aangemerkt als rechtsopvolger van Fortis in strafrechtelijke zin.