Den Haag|

Veroordeling voor onder meer hawala-bankieren en financiering terrorisme

Het gerechtshof Den Haag heeft op 11 november 2021 een 43-jarige man, geboren in Syrië, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Het Haagse hof acht bewezen dat deze man zich heeft schuldig gemaakt aan onder meer het zogeheten hawala-bankieren, terrorisme-financiering, gewoontewitwassen en mensensmokkel.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft gedurende ongeveer tien maanden feitelijk een geldwisselkantoor gedreven, buiten iedere vorm van toezicht om. De provisie-gelden, die de verdachte hiermee verdiende, zijn door hem witgewassen. Het hof acht bewezen dat hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt. Daarnaast heeft de verdachte aanzienlijke geldbedragen doen toekomen aan zijn broer, die streed voor IS en Jabath al-Nusra. Het hof ziet dit als terrorisme-financiering. Vier personen die de verdachte kende vanuit Syrië zijn door hem geholpen naar Nederland te reizen, terwijl dit in strijd met de wet is. Ook heeft de verdachte zijn ex-vrouw mishandeld, beledigd en haar gedwongen sambal te eten. Hij heeft geprobeerd de verklaring van een familielid dat daarbij aanwezig was te beïnvloeden. Gezien de hoeveelheid feiten en de ernst daarvan legt het Haagse hof een gevangenisstraf van 30 maanden op. Ook wordt een contact-verbod met zijn ex-vrouw aan de verdachte opgelegd voor de duur van drie jaar.