Den Haag|

Veroordeling voor doodslag en brandstichting in Posbankzaak

Het gerechtshof Den Haag heeft op 26 februari 2021 de verdachte J.I.R. veroordeeld voor doodslag op A. Wiegmink en voor brandstichting. Beide feiten zijn gepleegd op 20 januari 2003. Het Haagse gerechtshof heeft de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren opgelegd.

Wiegmink kwam op die dag net terug van een rondje hardlopen in het natuurgebied bij de Posbank op de Veluwe, toen hij bij zijn auto werd neergeschoten door de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn mededader. Hierdoor is hij overleden. Vervolgens hebben de mannen het lichaam van Wiegmink in zijn eigen auto geplaatst en vervoerd naar de bossen in de omgeving van Erp (in Noord-Brabant). De verdachte en zijn mededader hebben daar deze auto, met daarin het lichaam van Wiegmink, in brand gestoken.

Samen met zijn reeds onherroepelijkNiet te herroepen, niet te veranderen. Een uitspraak is onherroepelijk als de rechtzoekende geen beroep of cassatie meer kan instellen, bijvoorbeeld omdat de termijn waarbinnen men beroep moet instellen verlopen is. De zaak is dan helemaal afgedaan. veroordeelde mededader werd deze verdachte eerder door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het medeplegen van moord op A. Wiegmink en brandstichting. Beiden kregen een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren opgelegd. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had voor het bewijs de bekennende verklaringen van de verdachte gebruikt, die hij tijdens een undercovertraject tegenover politieagenten had afgelegd (de zogenoemde mr Big methode). De verdachte stelde dat deze bekentenis vals en niet in vrijheid was afgelegd en stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. oordeelde op 17 december 2019 dat het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Arnhem-Leeuwarden ontoereikend had gemotiveerd waarom de verklaringen van de verdachte in vrijheid waren afgelegd en bruikbaar waren voor het bewijs en verwees de zaak vervolgens naar het gerechtshof Den Haag.

Het gerechtshof Den Haag heeft de door de verdachte afgelegde verklaringen tegenover de undercoveragenten niet gebruikt voor het bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt.. Het hof heeft andere bewijsmiddelenMiddelen die de rechter overtuigen dat een verdachte schuldig is. De rechter gebruikt deze bij de motivering van het vonnis. Een andere term voor 'bewijsmiddelen' is 'bewijsmateriaal'. geselecteerd, die tot het bewijs hebben bijgedragen. Daartoe behoren de belastende verklaringen van zijn mededader, alsmede de bivakmuts met aan de binnenkant DNA van de verdachte. Deze muts is dichtbij de uitgebrande auto in Erp aangetroffen.

De verdachte heeft twee weken de tijd om beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.