Verdachte veroordeeld voor doodslag op haar echtgenoot
Het hof heeft geoordeeld dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zich met haar handelen niet heeft verdedigd tegen de eerdere mishandeling, maar dat zij op dat moment zelf de confrontatie met het slachtoffer heeft gezocht. Daarom heeft het hof de hieromtrent door de verdediging gevoerde verweren verworpen. Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het feit dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had de verdachte in 2018 eveneens tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zowel de verdachte als het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. was tegen dat vonnis in hoger beroep gegaan bij het hof. Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep 9 jaar gevangenisstraf geëist. Onder meer doordat in hoger beroep de redelijke termijn is geschonden, komt het hof tot een lagere straf dan geëist.