Den Haag|

Hof veroordeelt man tot betaling in ontnemingszaak

Het hof heeft een 72-jarige man veroordeeld tot betaling van € 260.000,- aan de Staat. Dit is het financiële voordeel dat hij in 2015 had, doordat hij een grote hoeveelheid cocaïne in Nederland binnen haalde. 

Hij deed dat samen met medeverdachten, waaronder zijn zoon. Hij werd voor dit transport, en voor verschillende andere cocaïne transporten en voor omkoping van een douaneambtenaar, op 2 oktober 2020 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en 4 maanden.

Op het verkregen voordeel is € 65.000,- in mindering gebracht, omdat de redelijke termijn flink is overschreden: in eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). met 1 jaar en in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. met 3 jaren.

De ontnemingszaak tegen de zoon wordt op 28 maart voortgezet. Er zijn sterke aanwijzingen dat de zoon inmiddels is overleden.