Hof spreekt verdachte vrij van verkrachting en dwang
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft op 26 augustus 2021 tijdens een date met aangeefster seks gehad met wederzijdse instemming. Volgens aangeefster onder voorwaarde dat bij vaginaal binnendringen een condoom zou worden gebruikt. Volgens aangeefster heeft de verdachte tijdens de vrijwillige vaginale seks het condoom onverhoeds en stiekem afgedaan.
Het hof oordeelt dat dit niet bewezen kan worden. De WhatsApp-berichten tussen de verdachte en aangeefster ná de seks geven hier onvoldoende aanwijzingen voor. Daarom spreekt het hof -reeds om deze reden- de verdachte vrij van hetgeen hem ten laste is gelegd en komt het hof niet toe aan de vraag of stealthing als verkrachting of dwang kan worden gekwalificeerd in de zin van artikel 242 of dwang in de zin van artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam heeft de verdachte eerder vrijgesproken van verkrachting en wel veroordeeld voor dwang tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk.