Den Haag|

Haagse hof weigert tenuitvoerlegging arbitraal vonnis tegen Maleisië

Een aantal Filipijnse staatsburgers is een arbitrale procedure begonnen tegen de Staat Maleisië samenhangend met een in 1878 gesloten overeenkomst. Dit heeft geleid tot een arbitraal eindvonnis waarin Maleisië is veroordeeld om 14,9 miljard dollar te betalen aan de Filipijnse staatsburgers. Het gerechtshof Den Haag wijst vandaag het verzoek van de Filipijnse staatsburgers tot de erkenning en tenuitvoerlegging van het arbitrale eindvonnis in Nederland af. 

De reden voor de afwijzing door het Haagse hof is ten eerste dat het Spaanse gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. dat de arbiter aanvankelijk in een uitspraak had benoemd, deze benoeming voorafgaand aan het arbitrale eindvonnis heeft vernietigd. Daardoor kon het arbitrale eindvonnis niet gewezen worden. Ten tweede bevat de overeenkomst uit 1878 naar het oordeel van het hof geen geldig arbitraal beding. Ten slotte is het verzoek afgewezen, omdat de Franse rechter de tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. van het arbitrale eindvonnis heeft geschorst.