Gevangenisstraffen voor inbraken in Den Haag en Westland
Het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Den Haag heeft gevangenisstraffen opgelegd van verschillende duur. De hoogte van de gevangenisstraf is afhankelijk van het aantal bewezen inbraken, de mate van betrokkenheid bij de criminele (jeugd)groep en de vraag of jeugdstrafrechtStrafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is. dan wel het volwassenen strafrecht van toepassing is. Van de 12 verdachten zijn 3 verdachten volledig vrijgesproken van de hen ten laste gelegde feiten. De 4 belangrijkste meerderjarige verdachten hebben gevangenisstraffen opgelegd gekregen variërend tussen de 26 en 49 maanden. De andere verdachten, waarvan er 4 ten tijde van het plegen van de feiten minderjarig waren en waarop jeugdstrafrecht wordt toegepast, hebben gevangenisstraffen of jeugddetentie gekregen variërend tussen de 5 en 15 maanden. Bij het opleggen van de straffen is rekening gehouden met de lange duur van het proces. Hierdoor zijn de gevangenisstraffen lager uitgevallen dan anders het geval was geweest.
Bijzonder aan het onderzoek in deze strafzaak is de langdurige en intensieve samenwerking tussen een surveillance-team en een opsporingsteam. Op plaatsen waar veel overlast was en veel werd ingebroken, werd intensief gesurveilleerd en vonden controles plaats om de overlast te verminderen en zicht te krijgen op de leden van de jeugdgroepen. Deze kennis werd benut in het kader van het opsporingsonderzoek naar woninginbraken. De verdediging heeft het verweerDe verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. gevoerd dat dit in strijd met het recht is geweest. Het hof heeft dit verweer verworpen.