Den Haag|

Gevangenisstraf voor moord in woning met arbeidsmigranten

Het gerechtshof Den Haag heeft vandaag in hoger beroep een inmiddels 35-jarige man veroordeeld voor moord op een voormalige huisgenoot in een woning in Berkel en Rodenrijs waar uitzendkrachten werden gehuisvest. Het hof legt hem een gevangenisstraf van 17 jaar op.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft op 8 juli 2019 in Berkel en Rodenrijs een man om het leven gebracht. Diep in de nacht is hij, gewapend met een metalen staaf, naar een woning gegaan. Daar verbleven meerdere Oost-Europese uitzendkrachten. Op de bank in de woonkamer lag het slachtoffer te slapen. De verdachte heeft vervolgens met de metalen staaf de schedel van het slachtoffer ingeslagen. In de woning had de verdachte enige tijd een kamer gedeeld met het slachtoffer.

Voorbedachte raad

De verdachte heeft steeds ontkend de moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. te hebben gepleegd en heeft een zogeheten alternatief scenario gepresenteerd. Het hof hecht daar – net als de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. – geen geloof aan en gaat ervan uit dat de verdachte het slachtoffer met voorbedachte raad om het leven heeft gebracht.

Iets lagere straf door duur procedure

Het hof legt aan de verdachte een iets lagere gevangenisstraf op dan de 18 jaar die de rechtbank had opgelegd en het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. in hoger beroep heeft geëist. Dat komt doordat de procedure in hoger beroep uiteindelijk veel langer heeft geduurd dan redelijk is, namelijk meer dan 4 jaar. Die lange duur is deels veroorzaakt door het onderzoek dat in hoger beroep heeft plaatsgevonden, maar is daarmee niet volledig te rechtvaardigen.