Gevangenisstraf voor leider van pro-regime militie van Assad
Het hof vindt, anders dan de verdediging, bewezen dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. een leider was van Liwa al-Quds en daadwerkelijk heeft deelgenomen en bijgedragen aan de gewapende strijd in Syrië aan de kant van het regime. Deze organisatie heeft bijgedragen aan de onderdrukking van Syrische burgers door onder meer actief samen te werken met de Luchtmacht Inlichtingen Dienst (LID). Die dienst stond bekend als de wreedste onder de Syrische inlichtingendiensten. De verdachte heeft ook bijgedragen aan de gevangenneming van een man uit het Al-Nayrab kamp nabij Aleppo. Hij heeft het slachtoffer met anderen, waaronder een officier van de LID, ‘s nachts op gewelddadige wijze afgevoerd uit zijn woning waarna deze man in een gevangenis in Aleppo door de LID is gefolterd en gemarteld. Dit heeft voor hem ernstige lichamelijke en psychische gevolgen gehad.
Het hof vindt 14 jaar gevangenisstraf in beginsel gerechtvaardigd. Vanwege een aantal in het voordeel van de verdachte wegende omstandigheden, zoals de lange duur van de strafzaak, heeft het hof de gevangenisstraf teruggebracht naar 13 jaar. De straf is wel hoger dan de 12 jaar gevangenisstraf die de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had opgelegd, omdat een hogere straf past bij dit type ernstige internationale misdrijven. Aan het slachtoffer moet de verdachte een schadevergoeding van 40.000 euro betalen. Het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. had een straf van 15 jaar geëist. De verdediging had om vrijspraak gevraagd.
Zowel de verdachte als het openbaar ministerie hadden hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. aangetekend. De man beschikte over een verblijfsvergunning in Nederland voor bepaalde tijd van 2020 tot 2025.