Den Haag|

Eis om extra maatregelen Staat voor luchtkwaliteit afgewezen

De Nederlandse Staat hoeft geen extra maatregelen te nemen om aan de Europese normen voor fijnstof te voldoen. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag in een kort geding bepaald. De Vereniging Milieudefensie en de Stichting Adem in Rotterdam waren dit kort geding voor een betere luchtkwaliteit begonnen tegen de Staat.

Het Haagse gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. heeft het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 7 september 2017 vernietigd, voor het deel waartegen hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. ingesteld was. In dat kort geding vonnis had de voorzieningenrechter de Staat onder meer verboden nieuwe maatregelen te nemen waarvan, in de visie van het RIVM statistisch gezien, verwacht moet worden dat deze tot overschrijding van de Europese grenswaarden voor (onder meer) fijnstof zouden leiden. De Staat heeft hiertegen hoger beroep ingesteld, omdat de Staat het met dit verbod niet eens is.

Na het kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). in eerste aanleg heeft de rechtbank Den Haag in de bodemprocedureTerm die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). uitspraak gedaan over de luchtkwaliteit (vonnis van 27 december 2017; ECLI:NL:RBDHA:2017:15380). In dat bodemvonnis zijn na uitvoeriger onderzoek dezelfde vragen beantwoord als in het kort geding. Het gerechtshof moet zijn beslissing in dit kort geding op het bodemvonnis van de rechtbank afstemmen. In dat vonnis heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat de Staat aan de Europese norm voor fijnstof voldoet door onder de grenswaarden te blijven die met het Europese modelinstrumentarium berekend zijn. De Staat hoeft geen veiligheidsmarge toe te voegen aan de standaardrekenmethodes die volgen uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit.

Omdat de vordering in dit kort geding erover ging dat de Staat wel zo’n (extra) veiligheidsmarge in acht moet nemen, kan de vordering in het kort geding in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. niet meer worden toegewezen. Het gerechtshof heeft het kort geding vonnis van de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. daarom vernietigd. Op de Staat rust wel de verplichting om ervoor te zorgen dat de grenswaarden niet opnieuw worden overschreden. Die verplichting kan niet leiden tot toewijzing van de vordering om iets extra’s te doen bovenop de verplichtingen die uit de Europese regelgeving voortvloeien.