Den Haag|

Beslissing over geluidsbanden treinkaping

Vandaag heeft het gerechtshof Den Haag een tussenbeslissing genomen in de procedure over de treinkaping in 1977.

Op 11 juni 1977 heeft de Staat met geweld een einde gemaakt aan de kaping van de trein die op 23 mei 1977 was begonnen. Bij die bevrijdingsactie zijn, naast twee gegijzelde passagiers, zes gijzelnemers om het leven gekomen. Nabestaanden van twee van de gijzelnemers houden de Staat aansprakelijk voor hun dood.

Bij de bevrijdingsactie zijn geluidsopnamen gemaakt. De nabestaanden willen die in aanwezigheid van deskundigen op een neutrale plaats kunnen afluisteren. In eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). hebben hun advocaten de geluidsbanden kunnen afluisteren op het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Dit was in aanwezigheid van een medewerker van de Staat.

Het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. heeft beslist dat de advocaten van de nabestaanden in de gelegenheid moeten worden gesteld op de griffie van het hof, en zonder aanwezigheid van een medewerker van de Staat, de geluidsbanden af te luisteren. Het gerechtshof heeft bepaald dat de advocaten en de deskundigen tot geheimhouding verplicht zijn.

De procedure wordt in maart 2020 voortgezet.