Einduitspraak van het hof in zaak over fosfaatrechten in pachtverhoudingen
Tussenarrest

In het tussenarrest van 26 maart 2019 had het hof in het algemeen beslist onder welke voorwaarden de pachter verplicht is tot overdracht van fosfaatrechten aan de verpachter bij het einde van de pachtovereenkomst. Het hof oordeelde dat de fosfaatrechten in beginsel van de pachter zijn en dat er geen reden is de rechten aan de verpachter over te dragen bij het einde van de pacht. Alleen in het geval de verpachter langdurig bedrijfsmiddelen aan de pachter ter beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. heeft gesteld die voor het bedrijf van de pachter van overwegend belang zijn om zijn bedrijf te kunnen exploiteren, heeft de verpachter een aanspraak op fosfaatrechten.
De verpachter en pachter mochten allebei nog reageren op dit tussenarrest. Dat hebben ze gedaan.
Toewijzing vordering met voorwaarde
De pachter heeft onder andere aangevoerd dat hij de hoeve vroeger zonder stalinrichting aan de verpachter heeft verkocht, dat hij investeringen heeft gedaan en dat het aan de verpachter te wijten is dat de pachtovereenkomst is beƫindigd. De door de pachter aangevoerde feiten en omstandigheden zijn niet voldoende om van de uitgangspunten af te wijken. Het hof wijst de vordering van de verpachter toe. Omdat de pachter de fosfaatrechten al heeft verkocht, veroordeelt het hof hem de helft van de waarde ervan aan de verpachter te betalen, met een voorwaarde. De pachter heeft namelijk gebruik gemaakt van de stoppersregeling. Als de toekenning van de fosfaatrechten aan de pachter om die reden alsnog wordt ingetrokken, moet de verpachter het geld aan hem terugbetalen.