Vrijspraak voor bestuurder taxi (Uber) van veroorzaken dodelijk verkeersongeval
Aanrijding fietsster
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft op 31 maart 2017 op de Molukkenstraat in Amsterdam met zijn taxi (Uber) een fietsster aangereden, die vanuit een zijstraat wilde oversteken. De fietsster is aan haar verwondingen overleden. De verdachte reed op een voorrangsweg en niet met een hogere snelheid dan toegestaan.
Geen verwijtbaar handelen van de verdachte
Het hof is van oordeel dat sprake is van een heel erg verdrietige samenloop van omstandigheden met een vreselijke afloop. Zowel de nabestaanden van het slachtoffer als de verdachte lijden zeer onder wat is gebeurd. Het hof stelt echter vast dat het ongeval het directe gevolg is geweest van de minimale of geheel ontbrekende tijd voor de verdachte om te reageren op het overstekende slachtoffer. Een door hem kort voor het ongeval verrichte inhaalmanoeuvre heeft geen bijdrage geleverd aan het ontstaan van het ongeval. Ook kan de verdachte geen verwijt worden gemaakt van het niet aanpassen van zijn snelheid op de verkeerssituatie. Daarnaast zijn er geen aanwijzingen dat hij was afgeleid door zijn telefoon of anderszins te weinig oplettend was, dan wel dat het werken als taxichauffeur bij het ongeval een rol heeft gespeeld.