Vier jaar cel voor dodelijk ongeluk Tweede Hugo de Grootstraat
Ongeluk
Op een avond in december 2022 reed de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. met maximaal 124 kilometer per uur in de bebouwde kom van Amsterdam, door de Tweede Hugo de Grootstraat. In zijn auto zaten drie passagiers, die zeggen dat ze tegen hem riepen dat hij niet zo hard moest rijden. Nadat de auto tegen een stoeprand kwam, raakte die in een slip en botste tegen een brommerrijder. Hierbij kwam een fietser ten val. Daarna reed de verdachte weg van de plaats van het ongeval. De brommerrijder overleed ten gevolge van de aanrijding, de fietser raakte gewond. De verdachte meldde zich de volgende dag bij de politie.
Roekeloos rijgedrag

Het OM ging in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter., omdat de rechtbank de verdachte vrijsprak van doodslag op de brommerrijder en een poging tot doodslag op de fietser. De verdachte was het niet eens met de rechtbank die zijn rijgedrag als roekeloos aanmerkte en vond de opgelegde straf te hoog. Het hof, net als eerder de rechtbank, oordeelt dat er geen sprake was van opzet op de dood, maar wel van roekeloosheid. Daarom wordt de verdachte opnieuw veroordeeld voor dood door schuld in het verkeer na roekeloos rijgedrag, het veroorzaken van levensgevaar in het verkeer en het verlaten van de plaats van het ongeval.
De ouders en broer van de brommerrijder krijgen schadevergoedingen toegewezen: naast materiële schadeSchade die direct in geld is uit te drukken. moet de verdachte ook aan ieder van hen 6.000 euro schokschade vergoeden, die ze hebben geleden na confrontatie met hun ernstig verminkte familielid.