Amsterdam|

Uitspraak inzake het (voormalige) Meavita-concern op maandag 2 november

Op 4 en 5 juni 2014 heeft  de mondelinge behandeling plaatsgevonden van onder meer het verzoek van ABVAKABO FNV tot het vaststellen van wanbeleid bij het (voormalige) Meavita-concern, op de voet van art. 2:355 BW.  De Ondernemingskamer gaat op maandag 2 november a.s. uitspraak doen in deze zaak. De Ondernemingskamer doet schriftelijk uitspraak; de uitspraak zal in de loop van de middag op rechtspraak.nl en op de website van de Ondernemingskamer worden geplaatst.

Achtergrond van de zaak

Deze zaak bouwt voort op het op 21 augustus 2013 gedeponeerde verslag dat de uitkomsten bevat van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van het (voormalige) Meavita-concern over de periode vanaf 1 januari 2006. De Ondernemingskamer heeft dat onderzoek bij beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. van 30 mei 2011 bevolen. Het onderzoek is verricht door mr. P.V. Eijsvoogel en mr. C.M. Insinger MBA.