Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten Vluchtgarage ontruimen
Positieve uitstraling K-buurt
Een groep van ongeveer 125 uitgeprocedeerde asielzoekers verblijft sinds 13 december 2013 in de Garage. De gemeente Amsterdam is eigenaar van het pand en wil dit slopen, omdat het een negatieve uitstraling heeft in de K-buurt. De gemeente wil daarom dat het pand wordt ontruimd.
Belang van de staat gaat voor
Het hof vindt dat het belang van de krakers om tijdelijk langer in de Garage te verblijven moet wijken voor de gerechtvaardigde wens van de gemeente Amsterdam dat zij kan beschikken over de Garage voor het vormgeven van concrete renovatieplannen van de K-buurt.
De krakers verblijven vanaf het begin wederrechtelijkIn strijd met het recht. in de Garage en ze plegen daarmee een strafbaar feit. Het hof gaat ervan uit dit verblijf niet op enig moment zal worden gelegaliseerd.
Adequate opvang
De krakers stelden dat zij op grond van artikel 8 EVRM (recht op huisvesting) aanspraak kunnen maken op opvang. Dit staat in de weg aan een ontruiming, aangezien dan de enige plek om te kunnen verblijven verloren gaat, omdat een adequate opvang ontbreekt.
Inzet van de krakers in deze procedure was, dat de overheid hun voor beperkte tijd een overgang dient te bieden van de Garage naar adequate opvang. Zij stelden dat de Bed Bad Brood regeling van de gemeente Amsterdam daar niet aan voldoet. Het hof overweegt dat slechts personen die kwetsbaar zijn als gevolg van medische of andere bijzondere factoren aan artikel 8 EVRM een verplichting tot opvang kunnen ontlenen.
Dat de krakers afgewezen asielzoekers zijn maakt hen nog niet zonder meer tot een dergelijk kwetsbaar persoon.
Uitspraak rechtbank
De voorzieningenrechter had op 20 februari 2015 de vorderingen van de krakers toegewezen en de Staat tot 1 mei 2015 verboden de parkeergarage te ontruimen. De voorzieningenrechter vond dat het belang van de krakers voor beperkte tijd voorrang had boven het belang van de Staat/de gemeente Amsterdam bij onmiddellijke ontruiming van de parkeergarage. Zij overwoog dat de situatie van de groep uitgeprocedeerde asielzoekers die in de parkeergarage verblijft uitzichtloos was. Zij vond het inhumaan deze groep onder de toenmalige winterse weersomstandigheden te ontruimen, omdat zij dan waarschijnlijk geen onderdak meer zouden hebben en overdag aangewezen waren op de straat.