Amsterdam|

Tripp Trapp-stoel niet merkenrechtelijk beschermd (wel auteursrechtelijk)

Het gerechtshof Amsterdam heeft vandaag eindarrest gewezen in een bijna 20 jaar lopende zaak over de Tripp-Trapp kinderstoel. Het hof oordeelt dat de vormgeving van de stoel in hoge mate bepalend is voor de gebruikskenmerken van de kinderstoel; de vorm maakt de stoel juist zo geschikt voor zijn functie als kinderstoel. Dat betekent, gelet op de (Europese en Benelux-)regels, dat die vorm niet gemonopoliseerd mag worden door een merk. Wel is de Tripp Trapp auteursrechtelijk beschermd.

Geschil over merkenrechtelijke bescherming

Sinds 1972 wordt de Tripp Trapp stoel door het bedrijf Stokke op de markt gebracht. Stokke heeft het uiterlijk van de stoel in 1998 als merk gedeponeerd. De door de wederpartij in deze zaak vervaardigde en verkochte kinderstoelen leveren volgens Stokke een inbreuk op het merkrecht op.

Langlopende procedure

De zaak loopt al lang. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Den Haag en – in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. – het gerechtshof Den Haag hebben zich al eerder over de zaak gebogen. Tegen de einduitspraak van het hof Den Haag hebben partijen beroep in cassatie ingesteld. Nadat de Hoge Raad in 2013 vragen had gesteld aan het Europese Hof van Justitie, is de zaak in 2015 naar het hof Amsterdam verwezen.

Nietigverklaring vormmerk

Met deze uitspraak wordt het vonnisEen uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. van de rechtbank Den Haag uit 2000 bevestigd. In dat vonnis is het vormmerk nietig verklaard.

Wel auteursrechtelijke bescherming

Eerder al – in 2011 – had het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Den Haag beslist dat op de Tripp Trapp-stoel wel auteursrecht rust. Op grond daarvan is de inbreukmaker onder meer veroordeeld tot het staken van de inbreuk en tot winstafdracht. Dat oordeel was na de procedure bij de Hoge Raad definitief.