Geen strafrechtelijke vervolging voor aanhoudingsteam Michael P.
Gebroken schouder en dreiging politiehond
GerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Arnhem-Leeuwarden veroordeelde Michael P. in 2019 tot 28 jaar cel en tbs met dwangverpleging voor het verkrachten en doden van Anne Faber. De Hoge Raad hield deze uitspraak in stand, maar verminderde de straf met 4 maanden. Dit omdat P. tijdens zijn arrestatie in 2017 een gebroken schouder opliep en werd bedreigd met de inzet van een politiehond.
Michael P. deed hiervoor aangifte tegen zijn aanhoudingsteam. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM) besloot echter om deze politiemensen daarvoor niet te vervolgen.
Nader onderzoek
P. startte daarop een zogenoemde artikel 12-procedure bij het gerechtshof Amsterdam om alsnog vervolging af te dwingen. In 2019 besliste het hof dat het OM nader onderzoek moest verrichten naar de gang van zaken bij de aanhouding, omdat er op dat moment nog te veel vragen onbeantwoord waren. Het moest duidelijk worden welke instructies de leidinggevenden precies gaven en of deze instructies voor het aanhoudingsteam duidelijk genoeg waren. Voor dit onderzoek hoorde een onafhankelijke rechter-commissaris medisch deskundigen en betrokkenen bij de aanhouding. Ook vond een reconstructie plaats.
Oordeel hof
Op basis van de uitkomsten van dit nadere onderzoek heeft het hof nu beslist dat verdere strafrechtelijke vervolging niet nodig is. Het hof concludeert dat de strafrechter voor een deel van de feiten waarvan P. aangifte deed, niet tot een veroordeling van de politiemensen zou kunnen komen. Voor zover het gaat om feiten waarvoor wel een veroordeling zou kunnen volgen, weegt het hof onder meer mee dat hoewel Michael P. niet mocht worden mishandeld, het aanhoudingsteam uitsluitend het belang van de mogelijk nog in leven zijnde Anne Faber voor ogen had. Bovendien zijn de politiemensen als verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. aangemerkt en verhoord, en verkeerden zij jarenlang in onzekerheid over een mogelijke strafvervolging. Gelet op deze omstandigheden acht het hof het niet gepast om de leden van het aanhoudingsteam alsnog voor de strafrechter te brengen.
Dit heeft geen betekenis voor
de strafzaak tegen Michael P., die zaak kwam met de uitspraak van de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. in 2020 tot een einde.