College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt conclusie over verschoonbaarheid overschrijding bezwaar- of beroepstermijn
Achtergrond
Tot nu toe wordt in de rechtspraak van de hoogste bestuursrechters niet snel aangenomen dat een vastgestelde termijnoverschrijding verschoonbaar is. Op zich bestaan voor een strikte benadering goede redenen. Hiermee wordt de rechtszekerheid gediend. Na het ongebruikt verstrijken van de termijn wordt een besluit immers onaantastbaar en staat in de rechtsorde vast wat rechtens is. Dat is te meer van belang bij besluiten waarbij veel belanghebbenden zijn betrokken en bij besluiten met een grote maatschappelijke betekenis. Een consequente toepassing bevordert ook de voorspelbaarheid en de consistentie van het stelsel van bestuursrechtelijke rechtsbescherming en doet verder recht aan het gelijkheidsbeginsel.
Achtergrond van de vraagstelling is de in het recente verleden opgekomen en sindsdien actuele en mede op wetenschappelijke inzichten gebaseerde discussie of in de rechtspraktijk - desondanks - niet te lichtvaardig het uitgangspunt wordt gehanteerd dat elke burger over voldoende “doe-vermogen" beschikt om tijdig bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. te maken en beroep in te stellen. Die discussie lijkt mede ingegeven door de opvatting dat het doel van het bestuurs(proces)recht is om rechtsbescherming te bieden door materiële beslechting van geschillen en dat “procederen over procederen" zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Dit roept de vraag op of en zo ja wanneer een ruimhartiger benadering door bestuursorganenOrganisaties die een overheidstaak uitvoeren. en bestuursrechters aangewezen is.
De presidentDe voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof en van de Hoge Raad heet president. Ook de rechter die een zitting van een rechtbank of hof voorzit, wordt president of voorzitter genoemd. verzoekt de raadsheer advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. om bij de beantwoording aandacht te besteden aan de vraag of het uitmaakt of bij het bestreden besluit de actuele dan wel potentiële - tegengestelde - belangen van anderen dan de indiener van het bezwaar- of beroepschrift zijn betrokken. Een eventuele verruiming van de verschoonbaarheid heeft rechtstreekse gevolgen voor de rechtszekerheid van die derden (en ook voor de rechtszekerheid van het bestuursorgaan).
Ook vraagt de president om aandacht te besteden aan de vraag of het uitmaakt of een burger voorafgaand aan of tijdens de bezwaar- of beroepstermijn werd bijgestaan door een deskundige vertegenwoordiger of adviseur en in hoeverre fouten van een vertegenwoordiger of adviseur aan de indiener van het bezwaar- of beroepschriftGeschrift waarmee een (bestuursrechtelijke) procedure tegen de overheid wordt ingesteld. In (civiele) verzoekschriftprocedures is een ‘beroepschrift’ het schriftelijke stuk waarmee hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak van de (civiele) rechter. mogen of moeten worden toegerekend.
Tot slot zou de raadsheerRechter bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Ook een vrouwelijke raadsheer wordt raadsheer genoemd, want met een raadsvrouw/raadsman wordt een advocaat bedoeld. advocaat-generaal aandacht moeten besteden aan de vraag welke onderzoeksplicht op het bestuursorgaanEen bestuursorgaan is een organisatie die een overheidstaak uitvoert. rust en welke stelplicht en bewijslast op de burger.
Verdere gang van zaken
Het College zal de vier zaken op 13 juli 2023 behandelen op een zitting. De zaken worden met het oog op de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling behandeld door een zogeheten grote kamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer.. Een grote kamer bestaat uit vijf rechters. In dit geval zijn dat twee rechters van het College, twee rechters afkomstig van de Afdeling bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State en één rechter afkomstig van de Centrale Raad van Beroep. De raadsheer advocaat-generaal is ook aanwezig op de zitting. Binnen zes weken na de zitting neemt hij zijn conclusie. Partijen krijgen dan twee weken de tijd om daarop te reageren. Enige tijd daarna worden de uitspraken gedaan.
Belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling
De conclusie van de raadsheer advocaat-generaal geeft voorlichting aan het College, maar is niet bindend. Het is een advies. Met het nemen van een conclusie wordt meer dan met de rechterlijke uitspraak zelf gelegenheid geboden om een rechtsvraag te plaatsen in een bredere maatschappelijke en juridische context. Zo draagt de conclusie bij aan de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling.