ACM moet nieuwe methodebesluiten voor tarieven gas en elektriciteit nemen
Energietransitie
Bij de regionale netbeheerders elektriciteit moet de ACM een aanpassing doen in de wijze waarop zij de productiviteit van de netbeheerders schat. De werkwijze van de ACM houdt onvoldoende rekening met de gevolgen van investeringen door die netbeheerders vanwege de energietransitie. Ook moet de ACM de begininkomsten 2021 aanpassen.
Europees benchmarkonderzoek
Bij de landelijke netbeheerders GTS en TenneT mag de ACM geen gebruik maken van een Europees benchmarkonderzoek om de zogenoemde statische efficiëntie te bepalen. Op grond van afspraken met buitenlandse landelijke netbeheerders en toezichthouders zijn de data die hebben geleid tot het benchmarkmodel en de methodologische keuzes, vernietigd. GTS, TenneT en het CBb kunnen daarom de juistheid van het benchmark niet goed controleren. Dat is een inperking van het recht op toegang tot de gegevens die voor de zaak relevant zijn. Het CBb vindt dat ontoelaatbaar. De ACM moet in de nieuwe besluiten de statische efficiëntie op 1 vaststellen.
“net op zee”
In het methodebesluit “net op zee" mag de ACM geen korting toepassen voor de projecten Borssele Alpha en Borssele Beta. Er zijn geen aanwijzingen dat de kosten voor de aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). van deze netverbindingen ondoelmatig zijn geweest.
Risicovrije rente
Bij de vaststelling van het redelijk rendement moet de ACM in alle methodebesluiten een risicovrije rente hanteren van minstens 0,5%. De lage of zelfs negatieve rente uit de referentieperiode mocht de ACM niet zonder aanpassing gebruiken. Het Quantitative Easing beleid (opkoopprogramma van staatsobligaties) van de Europese Centrale Bank heeft geleid tot een ontwikkeling in de rente die niet zonder meer kan worden doorgetrokken naar de toekomst.
De ACM krijgt ook op veel punten gelijk van het CBb. Zo staan bepalingen in de Gaswet en de Elektriciteitswet er niet aan in de weg dat de ACM methodebesluiten heeft mogen vaststellen. Ook mag de ACM de methode voor GTS aanpassen vanwege het te verwachten afnemend gasverbruik. Die aanpassing houdt in dat kosten naar voren worden gehaald, onder meer door versneld afschrijven, en daardoor eerlijker worden verdeeld over de tijd. Voor TenneT mag de ACM de methode aanpassen op een manier die TenneT meer financiële ruimte geeft om investeringen te doen voor de energietransitie. Voor de regionale netbeheerders elektriciteit mag de ACM in de methode een kwaliteitsfactor gebruiken die gebaseerd is op de waardering van stroomonderbrekingen in het elektriciteitsnet. Afgezien van het onderdeel risicovrije rente, heeft het CBb de beroepsgronden tegen de wijze waarop de ACM de WACC (Weighted Average Cost of Capital) heeft vastgesteld, verworpen.
Deze uitspraken zijn definitief, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is de eindrechter in deze zaak. De volledige uitspraken zijn via onderstaande linkjes te raadplegen. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraken zijn laatstgenoemden beslissend.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:
Celeste de Wit, afdeling persvoorlichting, tel. 06 22812976 of 088 362 3910.