CRvB vraagt conclusie over afgeleid belang in het sociale domein
Achtergrond
In beide zaken ligt de vraag voor of de derde slechts een afgeleid belang heeft bij het bestreden besluit of dat hij een eigen belang heeft dat rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. In de eerste zaak procedeert een zorgverlener over een besluit dat is gericht aan een van zijn cliënten die zijn persoonsgebonden budget van de gemeente niet meer bij hem mag besteden omdat de zorg van onvoldoende kwaliteit zou zijn. In de tweede zaak procedeert een verzekeringsmaatschappij over een besluit waarbij aan een werknemer een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, die op de verzekeraar als garantsteller wordt verhaald omdat de werkgever, die een zogenoemd eigenrisicodrager was, als gevolg van een faillissement hiertoe niet meer in staat was.
Verzoek aan raadsheer advocaat-generaal
De advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. is gevraagd te onderzoeken aan de hand van welke maatstaven moet worden beoordeeld of een derde belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij een niet aan die derde geadresseerde beschikking waarbij het recht op uitkering of een andere financiële aanspraak van de geadresseerde in het sociale domein wordt vastgesteld. Daarbij is, met het oog op de tweede zaak, ook aandacht gevraagd voor het vraagstuk van rechtsbescherming bij ketenbesluitvorming: moet de derde opkomen tegen het besluit over de uitkering of financiële aanspraak van de geadresseerde, of kan/moet hij het besluit afwachten waarbij die uitkering of financiële aanspraak op hem wordt verhaald?
Verdere gang van zaken
De CRvB zal de zaken op woensdagmiddag 26 september 2018 op een zitting van de grote kamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. behandelen. Deze grote kamer bestaat uit vijf rechters, van wie er twee afkomstig zijn van de CRvB, een van het College van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. voor het bedrijfsleven en twee van de Afdeling bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State. Binnen zes weken na de zitting neemt de raadsheer advocaat-generaal de conclusie. Partijen krijgen vervolgens twee weken de tijd om daarop te reageren. Hierna zal in beide zaken uitspraak worden gedaan.
Belang van de rechtsontwikkeling
De conclusie van de raadsheerRechter bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Ook een vrouwelijke raadsheer wordt raadsheer genoemd, want met een raadsvrouw/raadsman wordt een advocaat bedoeld. advocaat-generaal geeft voorlichting aan de CRvB, maar bindt hem niet. Met het nemen van een conclusie wordt meer dan met de rechterlijke uitspraak zelf gelegenheid geboden om een rechtsvraag te plaatsen in een breder verband. Zo draagt de conclusie bij aan de rechtseenheid en rechtsontwikkeling.