Bestuursrechter toetst niet meer ambtshalve tijdigheid rechtsmiddel in voorgaande fase
Het geschil
Het college van burgemeester en wethouders van Breda heeft geweigerd een persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorzieningen voor begeleiding en huishoudelijke verzorging op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 voort te zetten. AppellantDegene die in hoger beroep gaat., degene die in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. ging, was het hier niet mee eens en diende een bezwaarschrift in. In bezwaar oordeelde het college dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend. Zonder dat de tijdigheid van het bezwaar tussen partijen was opgeworpen, ging de rechtbank op basis van vaste rechtspraak ambtshalve over tot vernietiging van de beslissing op bezwaar, omdat het bezwaar volgens haar (niet-verschoonbaar) te laat was ingediend. Het bezwaar van appellant werd daarom alsnog wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard. In hoger beroep betoogt appellant dat het bezwaarschrift wel tijdig was ingediend.
Oordeel gemengde kamer
De gemengde kamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. oordeelt dat de wettelijke bepalingen over de tijdigheid van een bezwaar- of beroepschriftGeschrift waarmee een (bestuursrechtelijke) procedure tegen de overheid wordt ingesteld. In (civiele) verzoekschriftprocedures is een ‘beroepschrift’ het schriftelijke stuk waarmee hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak van de (civiele) rechter. dwingend van aard zijn, maar dit betekent niet dat zij van openbare orde zijn. De bestuursrechter mag daarom niet meer ambtshalve toetsen of een bezwaarschrift tijdig is ingediend en in hoger beroep wordt niet meer ambtshalve getoetst of bij de rechtbank tijdig beroep was ingesteld. Het nieuwe uitgangspunt wordt ook gehanteerd voor lopende zaken. Hiermee wordt voorkomen dat aan een belanghebbendeIemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft. de toegang tot de bestuursrechter wordt ontzegd als tussen partijen de tijdigheid van een rechtsmiddel in een voorgaande fase niet was opgeworpen.
Wat betekent dit voor deze zaak?
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft het bezwaar ten onrechte ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard. De Centrale Raad van Beroep kan daardoor de vraag of appellant aanspraak maakt op voortzetting van een persoonsgebonden budget inhoudelijk behandelen.
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter.. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de tekst van de volledige uitspraak, is laatstgenoemde beslissend. Voor eventuele vragen over dit nieuwsbericht kunt u zich wenden tot de afdeling communicatie, tel: 088 361 42 38 of e-mail: communicatie.crvb@rechtspraak.nl.